13 voordeuren en de kracht van de tussenpositie

Leestijd:

8-12 minuten

28 April 2026

Een van de mooie kanten van mijn werk is dat ik me geregeld mag verdiepen in uiteenlopende onderwerpen. Zo werkte ik in 2023 mee aan de communicatie rond Shift Talks, het festival van Huis73 waar dwarse denkers het podium krijgen en ruimte ontstaat voor nieuwe perspectieven.

Spreidstandburger uit Beledigende Broccoli

Dat jaar stond het festival in het teken van ongelijkheid, armoede en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Schrijver Édouard Louis was een van de hoofdsprekers, maar ook de lezing van Tim ‘S Jongers maakte diepe indruk op me.

In een prachtig gerestaureerd erfgoedgebouw in Den Bosch sprak Tim ‘S Jongers over zijn boek Beledigende Broccoli en over de absurde realiteit van armoede in Nederland. Over hoe beleid vaak wordt bedacht door mensen die weinig zicht hebben op de leefwereld van degenen voor wie dat beleid bedoeld is.

Terwijl ik luisterde, bleef één begrip hangen: spreidstandburger.

Een term voor mensen die zich bewegen tussen twee werelden. Mensen die zich kunnen bewegen in beleid en besluitvorming, maar tegelijk de realiteit kennen van onzekerheid, beperkte toegang en improviseren met wat er wél is.

Ik herkende er iets in. Maar ik twijfelde ook.
Ben ik ook een spreidstandburger?

Wat is een spreidstandburger?

Een spreidstandburger is iemand die tussen twee werelden in staat: iemand die niet volledig in één wereld past, maar zich in meerdere werelden beweegt.

Als spreidstandburger ken je de logica van beleid, organisaties en instituties. Én je kent ook de andere kant: de werkelijkheid waarin kansen niet vanzelfsprekend zijn, waarin veerkracht geen keuze is maar noodzaak, en waarin de afstand tot systemen groot kan voelen.

Het is een positie in de samenleving, maar niet één die draait om opleiding of functietitel. Het gaat om ervaring: om het ervaren hoe verschillende werkelijkheden naast elkaar bestaan, en om het begrijpen hoe groot de afstand kan zijn tussen beleid op papier en de geleefde werkelijkheid.

Juist het van binnenuit kennen van verschillende werkelijkheden maakt de positie van een spreidstandburger waardevol.

De twijfel bleef even hangen.

Want wie ben ik om mezelf zo te noemen? Ik heb diploma’s, een eigen woning, opdrachtgevers. Aan de buitenkant lijkt mijn leven stevig verankerd in de systeemwereld.

Maar toen ik eerlijk terugkeek, wist ik het antwoord al. Niet omdat ik het had bedacht, maar omdat ik het had geleefd.

Mijn leven laat zich lezen via 13 voordeuren

Als ik terugkijk, zie ik dat mijn leven zich laat lezen via 13 voordeuren. Elke woning bracht me in een andere buurt en liet me iets zien van hoe verschillend mensen leven. En vooral hoeveel invloed die context heeft op kansen, zekerheid en perspectief.

Ik groeide op in een gewone woonwijk in Tilburg. Na mijn middelbare school verhuisden mijn ouders naar een betere buurt, precies de wijk waar veel van mijn klasgenoten al woonden. Fysiek kwam ik dichterbij, maar sociaal voelde het alsof ik net te laat kwam. De verbindingen waren al gevormd, de gezamenlijke fietstochten naar school lagen achter me en voor mij begon juist een nieuwe fase. Pas later begreep ik hoeveel invloed zulke ogenschijnlijk kleine omstandigheden hebben op je gevoel van aansluiting.

Daarbij stond dat nieuwe huis verder van station Tilburg West af dan voorheen. Het eerste jaar van de kunstacademie mocht ik niet op kamers, dus heb ik veel gereisd tussen Breda en mijn ouderlijk huis. In het derde jaar ging ik wel op kamers, een kleine zolderkamer was mijn eigen terrein. Totdat ik bij mijn vriend in een nieuwbouwhuis in een Tilburgse nieuwbouwwijk ging wonen. Een paar jaren later, toen ik mijn eerste schreden op het ‘echte’ werkpad zette als grafisch ontwerper, ging ik mee in zijn droom. Een groot huis kopen in een goede wijk, toevallig om de hoek bij mijn ouders. Een plek die aan de buitenkant ideaal leek, maar waar ik me eenzaam en niet thuis voelde. Ik ben vertrokken, uit de relatie en uit de koopwoning.

Via via kwam ik gelukkig al vrij snel terecht in een huurwoning, hartje centrum Tilburg. Een lief, klein oud huisje. Het deed me denken aan Amélie de film. Alleen in een buurt waar geweld aan de orde van de dag was. Politieonderzoeken langs de deur, geschreeuw in de nacht en vage figuren in het stadspark dat er tegenover ligt. Nadat er op het einde van de straat een liquidatie was geweest en er witte hekken stonden geplaatst vond ik het welletjes.

Inmiddels was de liefde opnieuw op mijn pad gekomen en verhuisde ik naar ‘s-Hertogenbosch toen daar een woning vrij kwam. Het was een antikraakwoning, want dat was financieel aantrekkelijk. Door de lage woonkosten kon ik mijn tweede studie betalen. Ik was inmiddels bij het communicatie & ontwerpbureau vertrokken omdat ik als jonge vrouw daar tegen het glazen plafond liep. Tijdens mijn voltijdstudie aan Tilburg University koos ik ervoor om te blijven werken bij een reclamebureau. Zodoende kon ik samen met mijn nieuwe liefde doorgroeien en een appartement kopen.

Van West naar Oost Den Bosch, van de ene kant naar de andere kant van het centrum. Het was een leuk appartement met uitkijk op de Aa. Het was een bijzondere plek omdat ik daar moeder werd en ons jonge gezin daar een plek had. Inmiddels was ik afgestudeerd en had ik een nieuwe werkgever en daarmee een andere positie. In die tijd werd ik zwanger en na de bevalling betrad ik het werkende leven anders dan voorheen. Want bij terugkomst was er een reorganisatie gaande en kon ik mijn baan niet behouden. Mede door het coachingstraject dat ik meekreeg bij vertrek, besloot ik om nieuwe koers te gaan varen: ik schreef me in als zzp’er bij de Kamer van Koophandel.

Op dat moment stond de teller op acht voordeuren.

Helaas werd de relatie teveel op de proef gesteld en besloten we na een paar jaar te gaan scheiden. Zoonlief zat al op de basisschool en ik wilde zijn leven niet nog meer overhoop gooien. Dus zocht ik een nieuwe woning in de buurt. Alleen zo snel een eigen woning vinden als zzp’er lukte niet. Gedurende de scheiding volgden drie tijdelijke adressen via vrienden en kennissen, totdat ik uiteindelijk in een woningbouwflatje terechtkwam. Wel op fietsafstand van de basisschool en van mijn oude woning waar mijn zoon bij zijn vader woonde. Ik had weer een plek om mijn leven op te bouwen.

Wederom kwam ik in een buurt te wonen waar allerlei vormen van sociale problematiek aanwezig waren. Mijn woongenot werd afhankelijk van het komen en gaan van buren, al dan niet door politie-ingrijpen. Hoewel het heerlijk was om vlakbij het centrum te wonen, werd het wonen zelf er niet leuker op. Helemaal niet toen corona er nog een schepje bovenop deed.

In 2021 kwam er een ommekeer. Het jaar dat mijn zoon naar de middelbare ging veranderde zijn woonverdeling tussen zijn vader en mij. Zo ontstond er meer rust en stabiliteit. En… ik kocht zelfstandig een eigen woning! Wat was ik blij! Een plek voor mij en mijn zoon alleen. Waar ik niet meer weg hoefde als het verkeerd ging in de relatie. Door hard werken en een dosis geluk kon ik zelfstandig deze aankoop doen. Vanuit het systeem dat mij eerder niet zag staan als zelfstandige, kwam er een handreiking. Een pilotregeling van de bank waarbij mijn hypotheeklasten gelijk waren aan mijn huur. Het systeem gaf me ruimte, ik zat niet meer klem. Ik was ontzettend blij dat ik uit de negatieve woonsituatie kon ontsnappen.
Ook was de timing goed. Bij de nieuwe school van mijn zoon was ik op tijd met het doorgeven van het nieuwe adres, zodat hij in de klas kwam te zitten met andere kinderen uit Schijndel. Zodat hij met een groepje klasgenoten van en naar huis kon fietsen.

Bewegen door buurten

Bij het schrijven van dit stuk, woon ik nu zo’n vijf jaar in dit huis. En ben ik geland, gegrond en uit de overlevingsstand gekomen. Dat is niet zonder slag of stoot gegaan, dat kun je lezen in mijn persoonlijke zoektocht ‘De shit uit je verleden is mest voor de toekomst‘.

Als ik terugblik op mijn leven van 13 voordeuren, zie ik niet alleen verhuizingen, maar ook beweging door verschillende sociale werkelijkheden. Van buurten waar stabiliteit vanzelfsprekend leek, tot plekken waar onzekerheid onderdeel was van het dagelijks leven.

Het telkens opnieuw moeten aanpassen, wortelen en verbinding maken op nieuwe plekken heeft me veel geleerd. Over buurten, over buren en vooral over mezelf.

De kracht van de tussenpositie

Dertien voordeuren. Dertien buurten. Dertien keren aanpassen, opnieuw beginnen, wortelen op een nieuwe plek.

Aan de buitenkant lijk ik misschien stevig verankerd in de systeemwereld. Ik heb diploma’s op hbo- en wo-niveau, werk samen met diverse organisaties en gemeenten. Maar ik weet ook hoe kwetsbaar zekerheid kan zijn. Hoe het voelt om zorgvuldig met geld om te moeten gaan. Hoe het is om zonder vanzelfsprekend vangnet je weg te vinden. Hoe groot het verschil kan zijn tussen wat systemen veronderstellen en wat mensen daadwerkelijk ervaren.

Dankzij Tim ’S Jongers kreeg die combinatie voor mij een naam: articulatiemacht. Het vermogen om perspectieven die vaak ongehoord blijven, mee te nemen naar plekken waar besluiten worden genomen.

Dat klinkt misschien groots.
Maar in de praktijk is het klein en concreet.

Het is weten hoe het voelt als de prijs van goed eten een drempel is, en tegelijk aan tafel zitten met mensen die dat voedselsysteem willen veranderen. Het is begrijpen waarom iemand in een kwetsbare wijk niet naar een informatiebijeenkomst komt, ook al staat er op papier dat iedereen welkom is. Het is de vraag durven stellen die anderen niet stellen, omdat je weet dat het antwoord ertoe doet.

Ik heb geen behoefte om mezelf als spreidstandburger op de voorgrond te zetten. Het gaat niet over mij. Ik ben geen spreekbuis. Ik ben iemand die beide werkelijkheden kent, die van de systeem- en van de leefwereld. Ik zie daardoor waar de verbinding ontbreekt. En waar verbindingen juist wél mogelijk zijn.

Ontmoeten van leef- en systeemwereld

In mijn leven heb ik verschillende lagen van de samenleving van binnenuit leren kennen. Niet als onderzoeker, maar als mens en als bewoner van een buurt. Ik werkte met mensen die spraken over de buurten waar ik leefde. Ik woonde er, zij niet. Maar ik durfde het lang niet te benoemen. Ik schaamde me. Ik had zo hard gewerkt om me door het leven te bewegen met een universitair diploma op zak. De verwachting die ik daarbij had, strookte niet met mijn werkelijkheid.

Dat is veranderd.

Juist door al deze ervaringen zie ik hoe groot de afstand soms is tussen beleid en dagelijks leven. Hoe vaak leefwereld en systeemwereld langs elkaar heen bewegen. En hoe noodzakelijk het is dat er mensen zijn die beide werelden begrijpen.

De beweging van binnenuit

Precies daar raakt mijn verhaal als spreidstandburger aan de Groene Bourgondiër. Een beweging die niet van bovenaf wordt bedacht, maar van binnenuit groeit. In de wijk, aan tafel, met mensen die weten hoe het is om te improviseren met wat er is. En met mensen die de taal spreken van beleid, fondsen en organisaties.

Die twee werelden hebben elkaar nodig. Maar ze vinden elkaar niet vanzelf. Ik beweeg daartussen. Niet omdat ik overal vanzelfsprekend bij hoor, maar omdat ik beide werelden van binnenuit ken.

En dat is precies wat de Groene Bourgondiër nodig heeft. Geen beweging die over mensen praat, maar met mensen bouwt. Voedsel als vertrekpunt. Ontmoeting als methode. Verbinding als resultaat.

Wil je meer lezen over hoe dit in de praktijk groeit?

Beweging.
Vanuit.
Verbinding.